HomeMediaLezingenEvangelieNieuwe SpiritualiteitEsoterieOverige artikelenVorige WebsiteRegistration
evangelie en spiritualiteit
Stichting 'SENSE'
Lezing Occultisme

 

 

Wat is nou eigenlijk occult ?


Naar een korte samenvatting


Hieronder volgt de u
itgebreide samenvatting van een lezing op 18 juni 1994 door drs Martie Dieperink en pater Amedeüs van der Staay


De lezing bestond uit 3 delen en een nabespreking

1  -  Openingsmeditatie door Hans van Meurs naar aanleiding van Hebreeën 2 : 14-15


Omdat die kinderen (= de gelovigen) mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon (= Jezus Christus) een mens geworden als zij, om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood.

Ik sprak onlangs één van mijn oud-leerlingen, die net had gehoord dat hij was geslaagd voor zijn examen. Hij was van plan om voor die gele­genheid een feestje geven, maar hij kon nog weinig organiseren zolang hij niet zeker was van de uit­slag. Hij zei: Stel je voor dat ik zou zijn gezakt, dan zou ik daar zitten met een partij gebak.
Deze onzekerheid is een beeld van de mens die niet de belofte van eeuwig leven heeft. Die mens is gedoemd zijn leven lang te worstelen met de vraag: wat zal het worden, leven of dood? In een welvaartsstaat als de onze zijn er wel ontzettend veel producten beschikbaar om onze gedachten van deze vraag af te leiden. Daarom is zoveel amusement zo leeg. Zo is 'house' niets anders dan de drang om de dood te bezweren, de hele doodsnacht door. En wordt die doodsvraag niet heel erg wrang als daar bovenop ook nog ziekten komen, die de dood kunnen bespoedigen?
Om onze tekst goed te kunnen begrijpen is het nodig dat wij erkennen dat wij bang zijn voor de dood. De dood is zo onge­veer de enige zekerheid die we hebben.

Maar dan komt het Evangelie. En dat is er juist voor die mensen, die gedoemd zijn. Die niet weten waar ze aan toe zijn of wat ze moeten doen. Die worstelen met de vraag naar de zin van dit leven, die niet weten of er nog wel wat te vieren valt.

In die situatie verkondigt het Evangelie onze verlossing door de dood van Jezus Christus, totdat Hij komt. Daar zijn twee brandpunten: de dood des Heren, en Zijn Wederkomst.
In de Moderne Theologie zien wij een geweldige aanval op de Brief aan de Hebreeën. Zwaar wordt thans de nadruk gelegd op de humaniteit van Christus, ten koste van het accent op Zijn functie als onze eeuwige Hogepriester. Hij kwam "in water en bloed". New Age komt in water (Water­man), maar Jezus kwam in water én bloed. En alleen door Zijn bloed komt onze verzoening, en ons eeuwig leven bij Hem.
Laten we elkaar blijven bemoedigen met deze zekerheid van ons geloof. Moge de Heer ons wijsheid geven, en een ootmoedig hart, opdat onze woorden mogen zijn als woorden van God.

2 -  De lezing door drs Martie Dieperink : "Wat is nou eigenlijk occult ?"


Opmerking : omdat vanaf het begin alle aanwezigen zich op een actieve aanvullende wijze in de lezing mengden, onstond op eensgezinde wijze een compleet “product”. Dit impliceert natuurlijk wel, dat niet alles meer de persoonlijke mening van Martie Dieperink weergeeft.


Vanuit de Bijbel weten we dat de duivel en het demoni­sche bestaan, het is een realiteit. Wat daarover geschreven is, is geen sprookje. Het is evenmin een 'neutraal' terrein. De duivel is niet zelf God, en heeft evenmin kracht vanuit zich­zelf. Hij is een schepsel van God. En als hij krachten ge­bruikt, dan is dat in feite Gods kracht. Het is dus niet zo dat God de God van het goede is, en de duivel de god van het kwade! Er is maar één God! En de duivel is een schepsel. Alleen: de duivel ge­bruikt zijn kracht op een verkeerde manier, en richt deze tégen God en tégen de mensen. Want hij is bij zijn val zijn vermogen tot liefhebben kwijtge­raakt.

Dit heeft tot gevolg dat wij aan de verschijnselen zelf niet kunnen zien of deze van God of van de duivel komen. Er gebeu­ren tal van wonderen en tekenen. Je kunt over Jomanda denken wat je wilt, maar genezing van zieken vindt bij haar plaats. (Hoewel er méér verhalen in omloop zijn over negatieve dingen die mensen na een bezoek aan haar zijn overkomen.) De vraag is alleen: uit welke bron komt die genezing voort: is dat God of satan? Natuurlijk, ook aan de vruchten (van schijngene­zing) herken je de boom, maar je moet onderscheiden wat de bron is van de paranormale gebeurtenis.

Sommige christenen noemen al het bovennatuurlijke occult en dat bergt een heel ander gevaar in zich: dat dingen die van God komen, verdacht worden gemaakt.

Het woord 'occult' betekent 'verborgen'. Daarmee is niet gezegd dat alles, wat verborgen is, dan ook maar meteen uit den boze zou zijn! Want we kunnen God ook niet zien! Toch bestaat er zoiets als de Godservaring. Maar er zijn theologen en schrijvers voor wie zo'n ervaring per definitie verdacht is, en die elk contact met de onzienlijke wereld zonder meer als 'occult' afwijzen. Profetie en visioe­nen, waar de Bijbel vol van staat, dat zou dan allemaal niet kun­nen...!  Sommigen stel­len dat profetie en visioenen alleen deugen als ze in de Bijbel staan. Na de bijbelse tijden zouden deze zaken niet meer van God zijn. Dat klopt niet. Al in Paulus' tijd kenden de christenen profe­tie en visioenen, die ook niet in het Woord stonden opgete­kend. Maar Paulus zegt nergens dat die dan dan van de duivel afkomstig zijn! Wel zegt hij dat de gelovigen al hun erva­ringen op geestelijk gebied moeten toetsen aan het Woord, om te zien of deze zaken wel van God zijn. En dat moeten we dus altijd doen!

Zo kun je homeopathie beoordelen door te kijken naar de origine van deze methode: hoe is Hahneman aan zijn ideeën gekomen? Hij was een occultist. Hij noemde Jezus Christus een aartsdweper. En dat geeft natuurlijk te denken – uiteraard is gewone kruidengeneeskunde wat anders. De paragnost Croiset meende dat hij zijn gave had gekregen van God, maar kon het Evangelie niet verdragen. Hoe kan iemand bij God komen buiten de enige weg: Jezus Christus? Er zijn mensen die bij Croiset geweest zijn en die nu zwaar in de problemen zitten. Het enige wat je dan kunt doen om los te komen, is het aannemen van Jezus Christus als je Heer en Verlosser en vergeving en bevrijding zoeken. Wil je af van een occulte binding, dan moet je op je knieën. Kwalijke invloeden vanuit onbij­belse of antichristelijke praktijken zullen zich vroeg of laat opnieuw manifesteren als ze niet met wortel en tak door de Heer mogen worden opgeruimd. Mensen die in hun verleden in aanraking zijn geweest met oosterse meditatietechnieken krijgen niet uitgelegd dat je van die invloeden moet worden vrijgezet. Daardoor slepen ze hun verleden alle dagen met zich mee, en dat belemmert hen om tot bewust geloof in Christus te komen.

Het is in deze warri­ge tijd erg belangrijk, voor jezelf en voor de mensen om je heen, om duidelijk te kie­zen! Te gemakkelijk zeggen kerkelijke instanties: “ach, je bent als kind toch gedoopt, je gelooft dus, dan zal het wel goed komen, ook al ben je nu en dan wel eens op een verkeerd paadje ge­gaan”. Zo worden lezers van het R.K. blad "Bouwen aan de nieuwe aarde" regelmatig aangespoord om toch vooral te gaan mediteren door middel van het Jezus-gebed. Het is fijn als je daardoor dichter bij de Heer komt; het is op zichzelf niet verkeerd. Maar het gaat er ook hier om of je er een (meditatie) tech­niek van maakt waarvan je een bepaald effect verwacht. Dat is wat anders dan de persoonlijke en liefdevolle overgave van een mens aan Jezus Christus als Heer en Verlosser. Als het Jezus-gebed  wordt gebruikt als een middel om zelf iets te bereiken, als men het verhoren van een gebed niet meer aan Gods oneindige wijsheid kan overlaten, als men niet meer van Hem afhankelijk wil zijn, dan is men inder­daad verkeerd bezig. De bij­belse manier om bij de Heer te komen is het maken van een bewuste persoonlijke keuze vóór Jezus.

Wanneer mensen die alles wat ze niet kennen, zonder meer 'occult' noemen, kunnen ook gaven van de Heilige Geest ten onrechte veroordeeld worden. Daarom is het van belang om te komen tot een goed inzicht van wat nou eigenlijk occult is en wat niet.

Over homeopathie wordt heel verschillend gedacht. Katho­lieken denken anders over bepaalde zaken dan Protestan­ten. Zo zijn er protestanten die de Eucharistie, of elke Maria-verschijning occult noemen. Het is dan ook een goede zaak om over dit soort zaken van gedachten te wisselen. Het boek "Christendom in verleiding" van Dave Hunt heeft op dit punt nog meer verwar­ring gezaaid, en veel goede christenen verdacht gemaakt. Dat heeft alles te maken met Hunt’s theologie, en met zijn formu­lering van het begrip 'occult'.


Para­nor­maal is iets anders dan occult.


Ds. P. Schelling verwijt de evange­lischen dat zij al het paranormale op het conto van de boze zetten. Dat hoeft niet, en ook dat is een kwestie van defi­niëren. Wanneer je alles wat boven het nor­maal (met verstand en zintuigen) waar­neembare uitgaat ‘paranormaal’ noemt, is ook de verschijning van een engel een paranormale erva­ring. Het is geen alledaags gebeuren, maar daarom niet zonder meer occult. Deze definitie bevat dus nog geen waardeoordeel. Zowel het spreken van God als de werken van de duisternis vallen zo eronder.

Occult wordt iets als je er buiten God om mee aan het werk gaat, je tegen het gebod van God in je in die hogere,  doch duistere wereld begeven. Occult heeft altijd te maken met het negeren van Gods gebod.

Dave Hunt noemt iedere poging om door middel van tech­nieken de realiteit te mani­puleren en te be­heersen (inner­lijk, uiterlijk, verleden, toekomst d.m.v. alchemie, astrolo­gie, magie, enz.) occult. Maar volgens deze definitie zou Jezus een occultist moeten zijn omdat hij de wind en de zee tot bedaren bracht...  Hunt beweert voorts: "Ieder die denkt dat God op een zekere wijze moet antwoorden, omdat hij zekere gedachten denkt of zekere woorden uitspreekt, , is met magie bezig". En: "God antwoordt op gebeden op grond van Zijn soevereiniteit, wijsheid, barmhartigheid en genade, en niet omdat een wet Hem dwingt te handelen". Er zijn voor Hunt geen geestelijke wet­ten. Voor Hunt is positief denken dwingen, en daarom is voor hem ieder positief denken occult. Voor hem is ieder initiatief van de mens eigenmachtig optreden, dus verkeerd. Zijn theolo­gie gaat er dus van uit dat God alles doet, en de mens niets kan bijdragen. Natuurlijk: God is soeverein en we mogen Hem niet dwingen. We hebben echter wel degelijk een inbreng: God laat zich verbidden. Het ligt er maar aan hoe we bezig zijn naar God toe: eigenmachtig of ootmoedig. Gaat Hunt niet te ver? Positief denken heeft wel degelijk een plaats. God kan pas genezen als wij in Zijn wonderen geloven.


Vandaar dat het zo belangrijk is om woorden of gebeur­tenissen te toetsen aan de Geest van het
Woord.


God is soeve­rein, wij kunnen niets van Hem afdwingen; Hij reageert ook niet als een automatisme op mijn gebed. Daarin heeft Dave Hunt gelijk. Maar hij ziet niet dat God werkt volgens geestelijke wetten: Zijn geboden en normen, Zijn beloftes. Als Jezus zegt: "U geschiede naar uw geloof", dan is dat een geestelijke wet, net zoals "Wie zoekt zal vinden". Voor Hunt is dat al magie, want volgens hem moet je maar afwachten of God tot je wil komen. Katholieken zullen niet zo reageren als Dave Hunt, omdat ze geloven dat God de mens inschakelt in Zijn heilsplan. Bij Yongghi Cho vinden we dit ook: door geloof werken we mee aan onze genezing. Spreuken 17, 22: "Een vrolijk hart bevordert de genezing". Maar voor Hunt is de grote gebedsman Yongghi Cho een occultist.

Eén van de geestelijke wetten is dat God gebeden wil worden. De profeet Zacharia kreeg nogal wat visioenen waar hij niets van snapte. Maar direct vroeg hij dan: Heer, wat betekent dat? En dan kreeg hij prompt uitleg. Zo werkt dat: God wil gevraagd wor­den. Als je Hem niets vraa­gt, dan kom je niets te weten. Maar als je dat wel doet, geeft Hij antwoord. God zoekt onze medewerking, Hij wil een dialoog met ons. Maar zoals wij Hem niet kunnen dwingen, zo laat Hij ook ons vrij. Herhaaldelijk roept Hij ons. In principe kan God alles zelf doen, Hij heeft ons daarvoor niet nodig. Maar Hij koos ervoor om wél met ons samen te werken. Daarom koos Hij ook twaalf leerlingen, die na Zijn Hemelvaart het Evangelie moesten gaan verkondigen. Zij moes­ten, net als Hij, de zieken genezen en de demonen uitdrijven. En die opdracht is blijven staan tot op de dag van vandaag. Dat is precies het mankement bij Dave Hunt, die de mens ongeschikt acht om aldus in Gods Rijk te werken.

Voor Hunt draagt alles, wat wij in die richting doen, de verdenking van magie. Zo valt hij Yonggi Cho aan, die gelooft in spiritu­ele wetten en die schrijft: "Je schept de tegenwoordig­heid van Christus met je mond". Dat lijkt bijna occult, zeker als je zo'n zin uit zijn verband haalt. Maar binnen de context gaat het over deze geestelijke wet van Jezus: "Waar twee of drie in Mijn naam bij elkaar zijn, daar ben Ik in hun midden". Als wij met enkele mensen Jezus belijden als Heer en Verlosser, dan weten we: Hij is hier in ons midden. Dat be­doelt Yonggi Cho. We hoeven ons niet af te vragen: komt Hij wel of komt Hij niet? We mogen zeker weten dat Hij er is. Want God is gebonden aan Zijn gegeven belofte. Dave Hunt schuift die geestelijke wetten geheel terzijde.

Als gevolg van het denken dat God alles moet doen, heeft de Kerk als geheel enorm veel invloed verlo­ren. Terwijl het bijbelse beeld van de Kerk er één is vol activiteit. Christenen kunnen veel invloed uitoefenen, niet eigenmachtig, maar door op God te vertrouwen. Zij kunnen bijvoorbeeld hele steden en landen voor God claimen, zoals op 25 juni Utrecht voor God werd geclaimd tijdens de Mars voor Jezus. Dat is geen magie, maar vertrouwen op Gods belofte. God heeft beloofd: als je tot Mij bid, dan geef Ik antwoord (Jeremia 33, 3: "Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en u grote en on­doorgrondelijke dingen verkondigen waarvan gij niet weet"). Daarbij blijft God soeverein; Hij zal reageren op Zijn eigen, altijd liefde­volle wijze, geheel volgens Zijn geeste­lijke wetten.

God is geen God van willekeur, zoals de afgoden. Geloven wordt op die manier een heel interessant gebeuren, waarbij we volop aan de slag kun­nen.


Ook Paulus geeft met zijn oproep in Romeinen 12 vers 2, om ‘hervormd te worden door de vernieuwing van uw denken’ aan dat wij conform Gods geestelijke wetten horen te denken.  Daar hoort ook de verplichting bij om je negatieve gedachten als krijgsgevangen bij de Heer te brengen (2 Cor. 10, 5), want die zijn niet van God. Dat is een strijd, maar die vecht je uit samen met de Heer. Legt de bijbel ons niet op om toch vooral vrijmoedig te zijn, zoals een klein kind dat is ten opzichte van zijn vader?

Het is wel voorstelbaar dat bepaalde christenen bang zijn voor iedere vorm van profetie of van elk visioen. De duivel kan zich immers voordoen als een engel van het licht en zich dus ook als jezus manifesteren. Maar Jezus is niet los verkrijg­baar; Hij is ALTIJD verbonden met Zijn vergoten bloed, waarmee Hij zijn kinderen heeft losgekocht uit de duisternis. Daarin ligt wel het belangrijkste onderscheid als het er om gaat vast te stellen of iets wel of niet occult is. Jezus is de deur. En wie op een andere manier binnenkomt is derhalve een inbreker en een rover.

Wij worden behouden door ons geloof. En het geloof is een gave van God, uit onszelf kunnen we dat niet opbrengen.


Jezus' tijd­genoten wilden wonderen en tekenen zien als bewijs, vóór­dat zij in Hem wilden geloven. Zij stonden kniediep in de wonderen, maar toch verwierpen zij Hem. De vader van de bezeten knaap zei echter: "Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp (Marcus 9, 24)". Daarop genas Jezus zijn kind. De bede om geloof werd op staan­de voet verhoord, de eis om bewijs werd door Jezus genegeerd.


Waar liggen de grenzen tussen wat toegestaan is voor een christen op het gebied van machten en krachten en wat niet is toegestaan?


Bij een ‘Mars voor Jezus’ in Utrecht wandelen duizenden biddende christenen door de stad. Het is erg belangrijk om zo, in het open­baar, op de bres te staan voor de zaak van Gods Koninkrijk. De katholieken hadden vroeger hun processies. Die gingen uit van dezelfde gedachte. Maar in hoeverre was er in het meedragen van beel­den van Maria of van heiligen sprake van magie? We moeten voorzichtig zijn met ons oordeel. Maria was een fantastische vrouw, de moeder van Jezus. Alle geslachten zullen haar zalig prijzen (Lucas 1, 48-49). Je kunt je van haar of van één van de heiligen een voorstelling vormen in hout of gips, maar zo'n beeld is slec­hts een hulpmiddel om je ge­dachten bij die persoon en bij de Heer in de hemel te bepa­len. Er is geen sprake van dat zo'n beeld een bepaalde magi­sche kracht zou uitoefenen, dat is afgoderij. Voor de eucharistie geldt hetzelfde. Jezus zegt: Doet dit tot Mijn gedachtenis. Als je dat dan doet, dan is dat denken in jou. Het breken van het brood is een hulpmiddel om het mysterie een gestalte te geven, om met je hart te kunnen beleven: de Heer is in ons midden. Maar als je dit gaat mate­rialiseren, dan ga je te ver. Er is ons ook niet gevraagd om dat mysterie uit elkaar te rafelen. De Heer heeft ons laten zien hoe we Hem moeten vieren, en zo moeten we het doen. Zo hebben wij deel aan hem. Laten we er verder afblijven.

Het is goed je te houden aan de regel: als ik iets niet snap, terwijl ik zeker weet dat het NIET occult is, dan onthoud ik mij van een oordeel.


De zaak Jomanda (zie verderop) is duidelijk. Aan de andere kant geeft de Bijbel zelf een aantal voorbeel­den: Mozes zag zijn staf veranderen in een slang. Als zij, die de Eucharistie afwijzen, consequent zijn, dan moeten ze Mozes een tovenaar noemen. Maar waarom is er bij Mozes geen sprake van magie? Omdat hij deze 'transsub­stantiatie' niet eigenmach­tig tot stand bracht. Hij handelde op bevel van God, en God gaf door deze gebeurtenis een signaal aan de farao.


Hoe zit het met de eucha­ristie? Daarbij wordt gesproken over transsubstantiatie: het veranderen van brood en wijn in het Lichaam van Christus. Dat komt naar veler gevoel veel te dicht bij de magie. Maar een pries­ter zal nooit beweren dat hij brood en wijn verandert in het Lichaam en Bloed van Jezus, want dat kan hij helemaal niet! Het gaat er om dat zijn spreken en handelen gedaan wordt "in de naam van Jezus Christus". Hij gelooft dat daardoor de Heer tegenwoordig is, en omdat hij dat gelooft doet hij het op deze manier, die de Heer zelf heeft voorge­daan. Er is hier dus sprake van geloof, en niet van magie. Je kunt deze woorden geloven of niet, je kunt er vreemd tegenaan kijken, maar je mag NOOIT zeggen dat hier sprake is van magie! Hetzelfde geldt voor de Biecht, het vergeven van zonden. Jezus heeft deze volmacht gedelegeerd. WIJ verge­ven de zonde niet, dat doet de Heer op onze oprechte schuldbelijde­nis. Bij de eucharistie is de priester ook puur een instrument in Gods hand. Als hij tijdens de H. Mis zegt: ‘Dit is mijn lichaam’, en het zou magie zijn, dan zou het ZIJN lichaam moeten zijn, en niet dat van de Heer. Als de Heer zegt dat iets zo of zo is, dan IS dat zo, ook al snapt de mens  er niks van. Dat geldt voor elke bediening. Bij een exorcisme kan de priester met die bediening de duivel niet bij z'n lurven pakken om hem uit iemand te trek­ken, dat is onzin. Maar als hij gaat staan in de autoriteit die de Heer aan hem heeft gedelegeerd, dan heeft zo'n demon maar te gaan! Want de Heer is de Almachtige! En verder vraagt de Kerk bij een exorcisme ook de voorspraak van alle heiligen bij God. Want als de priester dat bidt, staat hij met hen allen voor Gods troon. Hier geldt het 'samen met alle heiligen' van Efeze 3 vers 18

Wij mogen God in gebed alles vragen, en Hij zal zeker antwoor­den. Maar wij moeten de uitwerking daarvan aan Hem overlaten.

Jezus heeft ons dat beloofd: je eigen vader zal je toch ook geen steen geven als je om een ei vraagt? Hoeveel te meer zal God dan Zijn Geest geven aan hen, die daarom vragen (Lucas 11, 11-13)? Deze woorden van Jezus, daar moeten we op gaan stáán!! Want anders vertrou­wen we Hem niet. Jezus zit nu aan de rech­terhand van de Vader. Hij zit daar niet voor niks, maar om voor ons ten beste te spreken. Jacobus zegt ook tegen de Kerk: Waarom hebben jullie niets? Omdat je niet bid! En als jullie bidden, dan is dat zonder geloof (Jacobus 2, 14-26). Vergelijk de tekst uit Johannes 14, 12-14: "Indien jullie in Mij blijven, en Mijn woorden in jullie blijven, vraag dan wat ge wilt, en het zal u geschie­den". Daar staat heel duidelijk dat dit vragen moet worden gedaan vanuit het geloof, vanuit het "in Hem zijn". Als er zou hebben gestaan: doe maar een wens, dan wordt die vervuld, dan zou er sprake zijn van magie.

Er zijn meer gedachten over het gebed, waar we voorzichtig mee moeten zijn. In een bepaalde gemeenschap werd eens gezegd: ‘Laat de kinderen maar bidden, want naar hen luistert de Heer eerder dan naar ons.’ Dat is eerder manipulatie dan een uiting van geloof. Ook in sommige diensten van de Pinksterkerken lijkt een ritueel aan de gang te zijn, gericht op een soort geestelijke bevrediging van de aanwezigen. Blijft het individu daar niet eenzaam onder? Daar staat tegenover dat veel van zulke gemeenten wel bijbelclubs en huiskrin­gen hebben, waar men oog heeft voor elkaars persoonlijke noden. In dit type diensten wordt ook eenparig gebeden voor elkaars noden en het is óók een geestelijke wet dat God kracht verleent aan gezamenlijk gebed. De duivel schept daarom altijd verdeeldheid om te voorkomen dat wij eenparig zullen bidden. Daarom is zo'n ‘Mars voor Jezus’ zo belangrijk, omdat daar christenen uit verschillende Kerken bij elkaar komen, om SAMEN God te vragen om Zijn heil voor deze stad. Daar gaat grote kracht van uit, vooral omdat ieders basis gelegen is in de persoonlijke relatie met God door Jezus Christus. Als Jezus ons leert bidden, dan leert Hij ons het "Onze Vader"! Maar ook al bid je in je eentje, dan ben je nog verbonden met al die anderen die diezelfde Vader hebben.

verschijningen


In relatie tot de vraag ‘wat is occult?’ blijft er vooral verschil van mening onder christenen over verschijningen. God verbiedt dat wij contact zoeken met het doden­rijk. Maar waren Mozes en Elia, die aan Jezus verschenen, in het dodenrijk? Nee, zij zijn in Gods Koninkrijk. En dat is een heel andere plaats! "De Heer is de God van Abraham, Isaak en Jacob; Hij is geen God van doden, maar van levenden, want voor Hem leven zij allen (Lucas 20, 38)" De eerste christenen waren ervan overtuigd dat hun doden in de hemel waren. In de catacomben leefden zij temidden van hun gestorven vrienden, en in hun gebeden noemden zij hun namen. Dat is geen sceance, dat is geen op-roepen, maar aan-roepen. En wie in de hemel is, is immers geen dode.

Pas bij Luther komt in deze manier van denken verandering. Hij las in Prediker "de doden weten niets" (hoofd­stuk 9 vers 5). Voor hem was dat hét bewijs dat de doden slapen, en niets weten van ons. Vol­gens hem kon je dus geen heiligen aanroepen, en zou het vage­vuur niet bestaan. Het aanroepen van heiligen was vóór Luther nog niet occult, dat is het pas in onze tijd geworden. In ieder geval is het volgens deze theologie onmoge­lijk dat Maria of de heiligen kunnen verschijnen. Zij slapen immers hun dood-slaap. En het hierna­maals is volgens deze theologie dus leeg, tot de jongste dag. Maar in de Openbaringen 7, 9 mag Johannes in de hemel kijken, en hij ziet daar mensen, "een grote schare die niemand tellen kon". In vers 13 spreekt één van de Oudsten met Johannes. "De gemeenschap der heiligen" is een centraal begrip in het christendom. Dat zijn alle mensen van alle tijden die hebben geloofd in de God van Abraham, Isaac en Jacob, en in Jezus Christus. Dat zijn allemaal mensen die in de geestelijke zin leven, zelfs eeuwig leven. Ongeacht of ze nu nog op aarde zijn, of al gestorven zijn. Juist vanuit het idee van die gemeenschap der heiligen zijn katholieken ook gewend aan de mogelijkheid van verschijningen van bijvoorbeeld Maria. Maar er is ook literatuur van dit soort verschijningen aan niet-katholieken, de ervaring dat zij de hemel geopend zien. Een visioen of een verschijning valt je ten deel. Je kan het niet oproepen of afdwingen, het is genade van God dat je iets bijzonders mag zien. Verder moeten we daar afblij­ven. Maar je kunt wel constateren dat er in alle eeuwen van de kerkgeschiedenis verschijningen zijn geweest.

De ene christen hoeft zich niet per se te conformeren aan ideeën van de andere christen over zaken als doodsslaap of vagevuur. Hier bestaat een heel stuk vrijheid. God geeft de mens überhaupt de vrijheid - namelijk om het hem mogelijk te maken om bewust vóór God te kunnen kiezen. De mens moet die keuze in volle vrijheid kunnen maken, gewoon omdat een afge­dwongen instemming geen enkele waarde heeft. God maakt van de mens geen marionet! Dat bete­kent automa­tisch dat er een enorm stuk ruimte komt. Ook al leidt en bestuurt God de wereld, ook al heeft Hij alle touw­tjes in handen, Hij trekt zich toch zover terug dat er voor iedereen ruimte en persoonlijke vrijheid overblijft. We mogen wel belijden dat er een directe leiding van God is, maar er is ook een heel groot stuk vrij­heid. Zonder die vrijheid zou de mens een robot zijn, en dan hebben zijn bewegingen niets meer te maken met een vrije keuze. Met onze vrije wil bepalen wij zelf in hoeverre we de Heer toelaten in ons leven. Want in de mate waarin wij Hem toelaten kan Hij zich beter aan ons mededelen. Dat is de uitdaging waar we voor staan: God écht beminnen met geheel je hart, met geheel je ziel, met heel je verstand en met al je krachten. En je naaste als jezelf. Als je dat eerste gebod serieus neemt, dan zal het tweede als vanzelf gaan. Want dan zie je die naaste als eveneens door God geschapen, dat God die naaste net zo lief heeft als jou.

De ruimte die God de mens gunt, gaat niet zo ver als het Holisme ons wil doen geloven: alles is eenheid, alles is goddelijk. Maar wel is er meer onderlinge samenhang dan ons is geopenbaard. En zeker is er meer ruimte dan wij elkaar als christenen thans gunnen. Er is een heel groot gebied waarin God werkt, en waarin de duivel tegenwerkt. De omvang van dat gebied kunnen wij niet beoorde­len, daar zijn we ook niet voor toegerust. New Age wil ons doen geloven dat dit een gebied is van neutrale krachten, maar niets is minder waar! In dat voor ons onbeken­de gebied mogen wij niet eigen­machtig optreden. We kunnen daar geen keuzes maken omdat we de daar geldende morele en ethische normen niet kennen. Maar we kunnen ons wel laten waarschuwen door het aanleggen van criteria.
De belangrijkste daarvan is: belijdt de geest waarmee we te maken hebben Jezus als de Christus?


Het tweede deel van de lezing werd verzorgd door Pater Amadeüs van der Staay (overleden 2003)

3. Amedeüs van der Staay over het medium Jomanda

Het bekende medium Jomanda trekt in de jaren negentig jarenlang volle zalen in Tiel. Opvallend genoeg wordt er weinig tegen haar optreden- en de gevolgen ervan gewaarschuwd. In mijn  bediening als exorcist krijg ik echter te maken met de kwalijke gevolgen van haar werk. Een paar voorbeelden spreken boekdelen. Zo ontdekte een gezin dat een enthousiast bezoek aan Jomanda had gebracht, dat bij thuiskomst alle bedden drijfnat waren. Ze waren gedwon­gen om in een hotel te gaan slapen. Bij een vol­gend bezoek aan Jomanda gebeurde precies hetzelfde: weer waren alle bedden drijfnat. Heel apart is ook het verhaal van dat andere gezin dat naar Jomanda ging. Bij het binnengaan van de hal waar Jomanda 'werkt', bleef één van de kinderen, elf jaar oud, opeens staan en zei: "Ik wil hier niet naar binnen, het is niet goed hier". En het kind ging terug, naar buiten.

Het optreden van Jomanda is een manifestatie van occultisme. Daarbij wordt de kracht van geesten gebruikt om iets te bewerkstelligen. Maar degene die van die kracht profiteert zal voortaan gebonden zijn aan de geesten uit de andere wereld van wie die kracht uitging. Dat is een binding aan negatieve machten, met negatieve gevolgen – op kortere of langere termijn. Een voorbeeld uit de bijbel is het verhaal van de zonen van Skevas (Handelingen 19, 13-20). Zij probeerden boze geesten te bezweren door het noemen van de naam van Jezus. Maar zonder in Hem te geloven! Zij waren alleen maar uit op die bepaalde kracht: de kracht waardoor Paulus, die in Jezus geloofde, steeds zo'n succes had. De zonen van Skevas gebruikten duivelse machten en kwamen dan ook van een koude kermis thuis!  Het voornaamste criterium ter onderscheid is dus dit: gebruik ik bepaalde krachten eigenmachtig, als een bewust­zijnsveranderende techniek? Of ben ik afgestemd op Christus, handelend in Zijn naam?

De Bijbel verbiedt het oproepen van geesten (spiritisme) en de omgang met de doden. Laat de doden met rust. Wel vinden we in de Evangeliën het verhaal dat Jezus op de berg sprak met Mozes en Elia. En de apostelen die bij Hem waren zagen deze verschij­ning ook. Maar zij hadden deze gestorvenen níet zelf opgeroepen. Het bijbelse criterium is: je mag geen geesten oproepen. Je mag dus niet zelf enig initiatief nemen. Als de ervaring van een verschijning echt is, dan is deze in ieder geval door de ziener(es) NIET zelf opgeroepen. Zodra er een of andere tech­niek gebruikt moet worden om het gewenste effect te bereiken (bv trance, hypnose, drugs), dan hebben we te maken met ­eigen­machtig optreden, en dus met occultisme. Jomanda is daarvan een duidelijk voorbeeld.

Het ergste wat Jomanda doet zijn haar "spiritistische operaties". De mensen worden in trance ge­bracht, en door Jomanda opgeroepen geesten gaan hen ver­vol­gens opereren om hun kwaal te genezen. Met vaak verbluf­fende resul­taten: mensen staan op uit hun rolstoel, blinden kunnen weer zien, enz. Maar hoe lang duren deze 'genezingen'? Precies zolang als men zich 'bekeert' tot het medium, zolang men in Jomanda blijft geloven. Gaat men twijfelen, of komt men terug tot zijn gezonde verstand, dan zit men weer is de rol­stoel, is men weer blind.
Jomanda's show is zodanig suggestief dat bijna iedereen er in trapt, zelfs priesters en nonnen. Zij maakt misbruik van katholieke sentimenten: in de hal waar zij optreedt staat een Mariabeeld in een soort Lourdesgrot, met een 'ingestraald' fonteintje. Mede daarom trekt ze relatief veel rooms-katholieken aan als bezoekers van de bijeenkomsten in Tiel. Maar Jomanda is puur New-Age. Zij reduceert God tot 'het goddelij­ke' en noemt de naam van Jezus niet. Dat zegt op zich al genoeg.

Maar er zijn méér aanwijzingen voor de negatieve origine van de machten die bij haar optredens gebruikt worden. Toen ik dit verslag over Jomanda aan het schrijven was werd ik op een nacht ruw gewekt door een ziedende boze geest, die zich bekendmaakte als de regisseur van Jomanda. En hij noemde zijn naam. Ik was heel even ontzettend bang, toen heb ik deze geest in de Naam van Jezus weggejaagd. Maar gezien het feit dat deze geest zijn naam noemde is dat voor mij een aanwijzing dat ik hier iets mee moest doen. Want een boze geest, die zijn naam noemt, wordt kwetsbaar, grijpbaar. Als tekst bij dit gebeuren kreeg ik Jeremia 4 vers 22: "Hoe dwaas is Mijn volk, Mij kennen ze niet. Het zijn domme mensen zonder inzicht".

Voor mij staat vast dat de mensen die klakkeloos in deze val trappen, moeten worden gewaarschuwd. Als wij dit nalaten, dan schieten wij tekort als herders van Gods volk (Ezechiël 34). De bisschoppen doen tot op heden niets. Het is erg moeilijk kerkelijke leiders te bewe­gen tot actie op dit gebied. Men zegt al gauw: Jezus heeft de boze machten al overwon­nen, dus verhalen over binding aan zulke machten zijn allemaal flauwe­kul. Een redenering die trouwens ook in reformatorische kerken te beluisteren valt. Maar het is een redenering die nergens op slaat.

Het is veeleer zo dat er onder de R.K. geestelijkheid een grote angst bestaat om zich op dit gebied te begeven. Er zijn in het verleden fouten gemaakt bij duiveluitdrijving, en het lijkt wel of de Kerk zich niet opnieuw wil compromitteren. Terwijl er op het Tweede Vaticaans Concilie toch duidelijk en positief is gesproken over de gaven en charismata van de Heilige Geest voor alle gelovigen, die worden gegeven tot opbouw van de Kerk. Desal­niettemin ben ik onlangs nog bedreigd met een kerkelijk verbod om gebruik te maken van de Gave van het exorcisme die ik heb mogen ontvangen. Men wilde mij verbieden een groot exor­cisme uit te spreken. Maar ik heb lang gele­den van de Paus zelf een beves­ti­ging voor mijn bediening gekregen. In een aantal Itali­aanse bisdommen heeft de Paus inmiddels enkele tientallen exorcisten benoemd tenein­de iets te doen aan het snel om zich heen grijpend satanisme. Daar wordt de kerk eindelijk een beetje wakker. Volgens sommige kerkelijke leiders zou ik alleen mogen exorce­ren als er rapporten op tafel liggen van ten minste twee psychia­ters, die moeten concluderen dat er in dat specifieke geval méér aan de hand is dan een normaal ver­klaar­bare psychi­sche stoornis. Dus de Kerk, die zich geleid acht door de Heili­ge Gee­st, zou te rade moeten gaan bij een zuiver hori­zontale weten­schap­pelijk disci­pline, die niets met het geloof te maken heeft....!? Er zijn een paar psychiaters die met mij van mening zijn dat in sommige geval­len boze geesten aan het werk kunnen zijn, en zij verwij­zen hun patiënten dan ook naar de zielzorg. Want die problema­tiek is ons ter­rein. Op die manier werk ik graag samen met de psychiatrie.  

Punten uit de nabespreking over New Age in onze samenleving en in de kerken

Een aanwezige merkt op: New-Age lijkt gemeengoed te zijn geworden in onze samenleving. En wordt dat steeds meer in onze kerken en in onze christelijke scholen en organisaties, zowel bij rooms-katholie­ken als bij protestanten. Jonge mensen worden gewoon omgeturnd. Het is een subtiel en geleidelijk proces van infiltra­tie, daardoor valt het niet zo erg op. Steeds weer blijkt dat New Age van bovenaf Kerk en maatschappij binnenkomt, via leraren op scholen, via pastores in de kerken, het jongerenpastoraat, enz. De infiltratie van het New Age denken gaat vooral bij de jeugd heel snel. Kijk maar eens in de boekwinkels naar het aanbod van stripboeken. Kijk maar eens naar de computerspelletjes, naar de films op tv: het zit vol met New Age. Een heel stuk New Age-cultuur is al gemeengoed geworden en valt daardoor niet meer op. Het blad ‘Getuigenis van Gods Liefde’ meldt dat in Engeland één op de drie jongeren bezig zijn met occulte zaken. De kerkelijke jeugd is daar helaas ook niet vrij van. In Engeland is trouwens altijd veel occultisme geweest, en men heeft daar nooit mee gebroken.

Erg informatief is het boek: “Gott oder Göttin. Feministi­sche Theo­logie auf dem Prüfst­and” van Manfred Hauke. Hierin laat hij zien hoe de vrouwen proberen om een heel andere Kerk te maken. Er is een conflict tussen feministes en Rome omdat de vrouw geen priester mag worden. Volgens de feministes moet de vrouw de­zelfde dingen kunnen doen als de man. Zoals Karl Marx de mens zag als een product van de maatschap­pelij­ke in­vloeden, zo voelt de femi­niste zich een pro­duct van de mannen­maatschap­pij. Marx had ook een strijdmodel: dat van onder­drukten tegenover onderdruk­kers. In het feminisme is de man de onder­drukker, en de vrouw de uitgebuite klasse. Zo gaat het bijbelse model van man en vrouw verlo­ren: daarin zijn man en vrouw elkaar als hulp en als aanvul­lend gegeven. Femi­nistes zien dat echter als een negatief dualisme. Daarom hebben ze het strijdmodel van Marx overgenomen. In zijn voetspoor willen de feministes dat de Kerk de gemeenschap der gelij­ken moet wor­den.
Zij hante­ren dus een atheïstisch-marxistisch mensbeeld, waarin de scheppingsorde wordt geloochend, en dat wordt de Kerk binnen­gebracht. Feminisme gaat dus niet meer uit van Gods openbaring, maar van de ervaringen van vrouwen. Dit denken is onbijbels, want de H.Geest maakt niet alles en iedereen gelijk. Integendeel: Hij geeft ieder gaven die bij zijn of haar karakter passen. De Bijbel heeft voor feministes geen gezag meer, de theologie evenmin. Feministes ge­bruiken Bijbel en theologie alleen maar als projectiescherm van subjectieve behoeftes: "Ik wil ook achter het altaar staan!"
Wat zit hier ten diepste achter? Christendom is geloof in Jezus Christus, die gekomen is voor de vergeving van onze zonden. Volgens Hauke staat juist dit hart van het Christendom bij de feministes onder verdenking. Christus aanbidden noemen zij afgodendienst. Vandaar dat nogal wat feministes het anti-christendom volgen. Vooral het kruisoffer moet het ontgelden. Mary Grey, die aan de universiteit van Nijmegen doceert, jammert in haar boek ("De verlossing van een droom") dat de Bijbel vol staat met mannen­taal, en dat de verlossing door Jezus daarom niet langer troost biedt. Zij voelt zich vereenzamen als de Gemeente om haar heen Jezus eert en prijst. Om dan toch nog in de kerk te kunnen functioneren gaan feministes de bijbelse begrippen veranderen, een andere betekenis geven. Maatschappelijke gerechtigheid maken zij tot het hart van het Christendom. Hun ambtsopvatting is dan ook heel anders: feministes hebben geen behoefte om in het bestaande priesterambt te worden inge­voegd. Zij streven naar het priesterschap om van daaruit de Kerk van binnenuit te kunnen veranderen. Dat is hun feitelijke doel­stelling. Zij willen in de Kerk blijven om haar te over­winnen. Eigenlijk is het hele conflict over het ambt een afleidings­manoeuvre. Feministes willen gewoon een andere Kerk. Voor zichzelf hebben zij het offer van Jezus al verworpen, en zijn ze in de strikte zin van het woord al lang geen christenen meer. Daarom past het feminisme naadloos in New Age, dat de Kerk niet meer van buitenaf aanval­t, maar haar van binnenuit uitholt.

Het sluipenderwijs veroveren van de jeugd door New Age is onder meer onderwerp geweest van een TV-programma van de EO. Het ging over scholen waar de kinderen meditatietechnieken worden geleerd, met de bedoeling om hen te leren zich beter op hun studie te laten concentreren. In een aantal gevallen hebben deze lessen een desastreuze uitwer­king gehad. Kinderen gingen o.a. stemmen horen en bleken opeens een geleidegeest bij zich te hebben. Je vraagt je af hoe dat uitwerkt voor die kinde­ren, als ze straks volwassen zijn. Het lijkt erop alsof er een tendens is om de mensen zo snel mogelijk onder de invloed van geleidegeesten te brengen. Om de mensen op steeds jongere leeftijd 'open' te krijgen voor een inwijding in een of andere geestelijke we­reld. Een leerkracht die eens duidelijk waarschuwde tegen dat 'glaa­sje draaien', kreeg van alles over zich heen van de ouders. Een pedagoog verklaarde haar krankzin­nig, kinderen werden van school gehaald, zij zelf werd bedreigd met ontslag door de Commissie Gods­dienstonder­wijs!

En heeft het christendom dat Jezus als Verlosser erkent soms niets te bieden? Integendeel. Hij die ons bezielt is de bron van ons aller bestaan. Daardoor zijn Gods kinderen als het ware een deel van Zijn instrumentarium. Daarom is iedere mens zo waardevol. God is liefde, wij zijn geschapen naar Zijn beeld. En wij allemaal samen vormen een eindeloos groot beeld van God, met wie wij in alle eeuwigheid in liefde verbonden zijn. Daarom zijn wij ook geroepen tot liefde in ons aardse leven. Daar ligt onze op­dracht. In de mate waarin wij daar vorm aan weten te geven bloeien wij open als een schitterende bloem. In dat licht van God hebben wij een heerlijk leven - en het zou zo machtig zijn als alle mensen dat konden proeven.
 
Boeken:
*  "Gott oder Göttin", Feministische Theo­logie auf dem
   Prüfst­and.
   Schrijver: Manfred Hauke.
   Uitgever: MM-Verlag Aachen.
   ISBN-nr: 3-928272-34-9.
 
*  "Het geheim van Jezus Christus" van Dr. K.Runia.
   Uitgever: Kok - Kampen (1992). ISBN-nr: 9024266785.
   Uitspraken van hedendaagse theologen vergeleken met
   uit­spraken van de Concilies van Nicea en Calcedon.
 
Dit artikel is de neerslag van een lezing voor de Werkgroep ‘Bijbel of New Age’ op 18-6-1994 te Utrecht.


© In 2010 zijn de rechten overgegaan op Stichting 'SENSE'

 

Persbericht Seminar Meppel
Hybriden en Transhumanen
Lezing muziek - Handout
Lezing muziek - Audio 1
Lezing muziek - Audio 2
Lezing muziek - Audio 3
Intro Lezing Duurzaamheid
Lezing Occultisme
Lezing NLP